VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Het vermogen van Nederlandse huishoudens op de beurs groeit gestaag, maar het gedrag van beleggers verandert. Rond de jaarwisseling is een patroon zichtbaar: netto verkopen in het vierde kwartaal, gevolgd door aankopen in de eerste maanden van het nieuwe jaar. In een stelsel waarin de peildatum voor box 3 op 1 januari ligt, is de vraag onvermijdelijk: reageren beleggers op fiscale prikkels?

De Nederlandsche Bank (DNB) publiceert maandelijks beleggingsgegevens van Nederlanders op basis van de marktwaarde van per beleggingscategorie.

Nederlandse huishoudens zitten voor het grootste deel in fondsen en etf’s. Individuele aandelen vormen 33,5 procent van het effectenbezit. De grootste posities veranderen door de tijd heen. In december 2018 bestond de top 5 uit Rabobank, Shell, ING, Unilever en Ahold Delhaize. In december 2025 zijn ASML en NVIDIA erbij gekomen, ten koste van Unilever en Ahold Delhaize.

De waarde van het totale effectenbezit van Nederlandse huishoudens steeg over 2025 met 7,8 procent tot 204,3 miljard euro. Meer dan 90 procent van die waardegroei kwam door koersstijgingen en slechts een klein deel door netto aankopen. Dat ligt dicht bij het rendement van een brede MSCI World-etf in euro’s.

Timing
Wie alleen naar de totale waarde kijkt, mist wat er onder de oppervlakte gebeurt. De omvang van het vermogen werd in 2025 door de markt bepaald, maar in de transacties is timing zichtbaar.

DNB publiceerde donderdag 19 februari een bericht over de beleggingen van Nederlanders in 2025. Deze publicatie laat ook het aan- en verkoopgedrag van beleggers zien over de afgelopen jaren.

De grafiek hieronder laat dit zien. Daarin valt op dat in het laatste kwartaal van 2025 per saldo een stuk meer werd verkocht dan gekocht. In de eerste negen maanden werd netto juist voor een flink bedrag aangekocht. 


Bron: DNB.

Zo kochten beleggers in het eerste kwartaal van 2025 netto circa 4 miljard euro aan effecten. In de grafiek is dit met een rood kader aangegeven. In datzelfde kwartaal nam het totale effectenbezit echter af met 1,1 miljard euro. Dat kwam met name door de koersdalingen in maart, gecombineerd met een waardevermindering van de dollar. Een groot deel van het effectenbezit is blootgesteld aan de Amerikaanse munt: als die verzwakt drukt dat de marktwaardes.

Maart was vorig jaar de maand waarin de waarde van het totale effectenbezit het sterkst afnam, met 8,8 miljard euro. In die maand kochten Nederlanders netto voor 568 miljoen euro aan beleggingen, dus de koersdalingen kwamen per saldo neer op meer dan 9 miljard. Elke maand is er dus een samenspel van koerseffecten en transacties.

Waarde beleggingen fluctueert door koopgedrag en koersontwikkeling

Bron: DNB, bewerking VEB. Bedragen in miljarden. Toe- of afname van totale waarde effectenbezit Nederlandse huishoudens.

Patroon
Het patroon van afbouw en opbouw rond 1 januari lijkt op te treden sinds 2022. Vanaf dat jaar worden met name in december netto beleggingen verkocht. Er lijkt sprake van een terugkerend kalendereffect, dat voor het eerst zichtbaar wordt in december 2022. In de drie jaar daarna breidt het verkopen van beleggingen zich uit naar het gehele laatste kwartaal.

De aankopen en verkopen zijn niet gelijk verdeeld over het jaar

Jaar Netto aan-/ verkoop eerste 9 maanden Netto aan-/ verkoop laatste 3 maanden
2023 € 2.802 miljoen - € 4.841 miljoen
2024 € 4.882 miljoen - € 2.864 miljoen
2025 € 5.925 miljoen - € 4.188 miljoen

Bron: DNB, bewerking VEB. Positief is netto aankoop, negatief is netto verkoop van beleggingen.

Sinds eind 2022 lijkt het gedrag rond jaareinde ook bij spaargeld te zijn omgeslagen. Tussen 1998 en 2021 werd in de decembermaand gemiddeld voor 0,7 miljard euro onttrokken aan deposito’s en spaarrekeningen, waar DNB ook beleggingsrekeningen toe rekent.

De afgelopen vier jaar hebben huishoudens in december juist bovengemiddeld veel toegevoegd aan hun spaartegoeden (zie de grafiek hieronder, met de decembermaand in oranje). Alleen in de maand mei is de netto inleg meestal groter, wat vermoedelijk te maken heeft met vakantiegeld.

Hogere rente
Dit kan meerdere verklaringen hebben. Er worden sinds 2022 weer hogere rentes vergoed op spaargeld. Huishoudens sparen dan ook meer, blijkt uit cijfers van DNB. In de periode 2013 tot en met 2021 – een periode met uitzonderlijk lage rente – werd per maand gemiddeld netto 579 miljoen euro gespaard. De afgelopen vier jaar is dat 2,3 miljard euro per maand. Dat verschil kan niet alleen door inflatie worden verklaard.

Huishoudens sparen gretig, maar niet gelijkmatig

Bron: DNB. Bedragen in miljoenen. Netto inleg spaargeld Nederlandse huishoudens per maand. Decembermaanden uitgelicht in oranje.

Prikkel
Sinds 2022 valt december op als een structurele uitschieter: netto verkoop van beleggingen en tegelijk een bovengemiddelde instroom naar spaargeld.

Er zijn meerdere verklaringen denkbaar, zoals eindejaarsuitkeringen of het herbalanceren van de portefeuille. Belasting kan echter ook een rol spelen. In het huidige box 3-stelsel wordt per vermogenscategorie een fictief rendement toegepast op basis van de vermogensmix op 1 januari. Er is een sterke fiscale prikkel om op die peildatum spaargeld aan te houden in plaats van ‘overige bezittingen’ zoals aandelen en obligaties. Die systematiek geldt sinds het kerstarrest van de Hoge Raad over box 3, uit 2021.

Bovendien lijkt het erop dat Nederlanders de afgelopen drie jaar in de eerste maanden van het jaar juist veel beleggingen aankopen. In principe houdt de fiscus zicht op peildatumarbitrage, door een periode van drie maanden rond 1 januari verkopen en aankopen te monitoren. Zie ook vraag 2 van dit artikel.

Het verband is suggestief, maar niet bewezen. Winstnemingen, portefeuilleaanpassingen en reguliere kasstromen kunnen hetzelfde patroon veroorzaken. De cijfers tonen het gedrag, niet de drijfveer.